De aankomst in Bordeaux deed me onbewust terugdenken aan mijn verblijf in die stad in 1981, naar aanleiding van Bordeaux-Parijs. Het zou dat jaar trouwens de laatste van de zeven overwinningen van Herman Vanspringel, recordhouder van die koers, worden. Met Daniël Mortier waren we daags ervoor afgezakt naar een voorstadje van Bordeaux, met de splinternieuwe wagen van de BRT. Ik had hem net voor de uitgang van het hotel geparkeerd. Je kon hem vanuit de receptie goed zien staan. Rond vijf uur ’s morgens werd ik door de receptie wakker gebeld: of ik eens naar beneden wou komen. Daar stond de politie, met de nummerplaat van onze wagen in de hand. Bleek dat onze BMW die nacht was gestolen en dat de politie hem later helemaal uitgebrand had teruggevonden. We kregen van die gasten het hele verhaal: ze hadden eerst geprobeerd om het alarm te neutraliseren en vervolgens waren ze er mee weggereden. Naar een doodlopend straatje, vlakbij de luchthaven. Daar poogden ze al ons materiaal los te koppel, maar bij één van die pogingen moeten ze een kortsluiting hebben veroorzaakt, zodat de wagen in brand vloog. Net op dat moment landde er een vliegtuig. En de piloot – die die steekvlam zag – dacht dat er een ander vliegtuig was neergestort en verwittigde meteen de politie. Ja, dat was een belevenis.
Er is dan vanuit Brussel een andere wagen gekomen. We hebben die laatste zege van Vanspringel nog aan de nietsvermoedende kijkers kunnen tonen.
Het was in Bordeaux overigens een prettig weerzien met Mark Vanlombeek, met wie ik jarenlang door Frankrijk ben gereden tijdens de Tour en nog andere koersen. Hij is de centrale gast in de uitzending van Karl na de tijdrit in Paulliac. Maar de gasten komen meestal daags voordien toe, om zo ’s ochtends de start te kunnen meemaken. Mark was dus al in Bordeaux, waar Godefroot en wijnkenner Alain Bloeykens de centrale gasten waren.
Ik heb nu nog een lange trip voor de boeg, naar Parijs. Ik ga met een boot de Gironde oversteken, naar Royan. Van daar rij ik dan met de motor door tot Orleans. Zondagochtend moet ik dan heel vroeg uit de veren, om toch nog voor negen uur in Parijs, op de Champs Elysées te zijn. Want Wie daar later aankomt, mag niet meer binnen …
André




















