

In grote delen van Afrika is het om politieke en economische redenen niet echt veilig om te reizen. Een uitzondering is Ghana aan de zuidkust van West-Afrika, een land waar het toerisme boomt en dat zowel strandgeneugten als culturele en natuurtroeven kan uitspelen. Om nog maar te zwijgen van de gulle gastvrijheid van de Ghanezen.
De volledige reportage lees je in Primo TVgids nr. 36. Hier vind je alvast een teaser…
(…)
In Ghana tref je een veelheid aan landschappen. Naar Afrikaanse normen is Ghana niet groot en grotendeels vlak, al vind je in het oosten bergtoppen tot 800 à 900 meter hoog, waaronder de Afadjato. Centraal en in het zuiden is Ghana een weelderig land, beschikt het nog over regenwoud en vooral vruchtbare landbouwgrond. Cacao is een van dé exportproducten van het land.
Wie de stranden beu is, kan rondreizen en de parken bezoeken. In het Mole National Park kan je een wandelsafari ondernemen en oog in oog komen te staan met olifanten en antilopen, vlakbij een meer werd een discreet terras gebouwd vanwaar je, genietend van een verfrissende cocktail, de dieren kunt observeren wanneer ze komen drinken.
Maar uiteraard kan je ook een uitgebreidere tocht ondernemen met begeleider en terreinwagen. Vanuit Mole kan je ook de omgeving verkennen, eventueel per gehuurde fiets, en traditionele dorpjes bezoeken. Zoals Mognori, vijftien kilometer van het park, waar men westerse toeristen het traditionele West-Afrikaanse leven laat ontdekken.
Of je kunt naar Kakum National Park, in het regenwoud. Vanaf de Canopy Walkway, een touwbrug die tussen reuzenbomen hangt, kan je het oerwoud van bovenaf bekijken, een unieke manier toch om de natuur te ervaren.
(…)




















