Herbert Flack, sinds deze week weer te zien in het nieuwe seizoen van ‘Aspe’, heeft het er nog altijd moeilijk mee. De acteur nam voorbije lente afscheid van zijn geliefde moeder, die na een dappere strijd tegen kanker ervoor koos om haar lot in eigen handen te nemen. De 61-jarige acteur vertelt met veel liefde over die laatste moeilijke maanden, de steun van geliefden en het moment in het ziekenhuis dat hij nooit zal vergeten. “Ik ben zo blij dat dit op een waardige manier kon gebeuren. Niemand hoeft op het einde van zijn leven te creperen als een hond.”
Het volledige interview lees je in Primo TVgids nr. 36. Hier vind je alvast een teaser…
(…)
Hoe blik je nu terug op dat afscheid van je moeder?
Ik heb daar een heel zuiver geweten bij. Het is gebeurd in alle sereniteit. Waardig. Ik vind niet dat mensen moeten creperen als een hond op het einde van hun leven. Het is natuurlijk niet leuk om je moeder af te staan. En ik heb haar dood nog altijd niet verwerkt, dat besef ik maar al te goed. Zeker als ik samen met mijn vader ben, steekt het in alle hevigheid de kop op. Maar het is de gang van het leven. Ze was er helemaal klaar mee. Het paste bij de manier waarop ze altijd geleefd had: kordaat, vastbesloten, rationeel, met humor, besluiten nemend op momenten dat het moest. Voor haar winkel, in haar familie, en nu ook voor haar eigen leven.
Het zijn wel intentensieve jaren geweest voor jou.
Ik heb voortdurend in ziekenhuizen en bij dokters gezeten. In het ziekenhuis was ik de tussenpersoon. Dat is wat je als zoon moet doen voor je ouders. Ik ben de enige zoon thuis. Dat maakt het natuurlijk heel intensief. Maar mijn vriendin Fabienne is een enorme steun voor me geweest. Ze was er de hele tijd bij. Het is een passage in het leven waar je door moet, wij allemaal. Zo probeer ik dat ook te plaatsen. Het is zoals het moet gaan. Kinderen moeten hun ouders zien sterven. Als het andersom gaat, is het nog veel erger.
Hoe heb je dat verdriet verwerkt?
Life goes on. Ik ben daarna weer keihard beginnen werken. “Komaan, back to normal.” Doen wat we graag doen en goed kunnen. Dat is ook wat zij gewild zou hebben. Gelukkig was het in die periode vrij rustig. Ik had dit onmogelijk kunnen combineren met opnames voor ‘Aspe’ in Brugge. Er zijn op de set altijd veertig personen die op je staan te wachten. Men had me ook gevraagd om Billy te spelen in ‘Chicago’. Ik ben zo blij dat ik dat geweigerd heb, omdat het toen al niet goed ging met mijn moeder.
(…)




















