Will Tura is gisteren 70 jaar geworden. En dat werd uitgebreid gevierd; in intieme kring, met zijn vrouw Jenny en zijn kinderen David en Sandy. “Ik ben een family man; mijn gezin heeft me altijd in evenwicht gehouden.”
Het volledige interview vind je in de Primo TVgids nr. 32. Hier alvast een teaser ….
Je ziet er goed en gezond uit.
Dat ben ik ook. Ik mag niet klagen. Als je ouder wordt, heb je natuurlijk altijd wel wat. De ene dag ben ik al wat strammer dan de andere, maar over het algemeen ben ik nog heel fit. Zolang ik nog alle dagen kan gaan joggen, ben ik content. Sporten is mijn lange leven. Ik heb dat nodig. Ik loop niet als een haas, maar ik volg mijn eigen tempo. Elke dag opnieuw drie tot vijf kilometer. In 1989, na mijn auto-ongeval, zei de dokter me dat ik nooit meer zou kunnen lopen. Mijn knieschijf was verbrijzeld. Hij zei dat ik op mijn zestigste in een rolstoel zou zitten. Dat was een ramp toen ik dat hoorde. Ik ben bij een kinesist geweest en heb keihard gewerkt om weer gezond te raken. En het is gelukt. Ik ben nu zeventig en ik loop nog steeds.
Aan wat denk je, als je loopt?
Aan muziek; altijd aan muziek. Ik luister ook altijd naar muziek tijdens het lopen.
Heb je een iPod?
Nee, ik ga lopen met een discman. Ik luister vooral naar jazz of naar wat eigen composities waaraan ik aan het werken ben.
Is dat de muziekstijl die je in je begindagen heeft beïnvloed, jazz?
Zeker weten! Ik was twaalf toen ik regelmatig optrad met De Nachtvlinders, het orkest van de Veurnse muzikant Harry Cogge. Ik heb die mannen serieus in de gaten gehouden terwijl ze speelden. Dat was een ongelooflijke leerschool. Ray Charles, Nat King Cole, Django Reinhardt, Duke Ellington… Jazz heeft ook mijn manier van zingen beïnvloed: ik fraseer een beetje zoals in de jazz of de swing. Ik zing niet altijd op de maat. Zo zing ik soms een liedje op drie verschillende manieren. Dan zeggen mijn muzikanten: “Hij is weer aan het freewheelen.” (lacht)




















