Na de zege in ‘Sterren op de Dansvloer’ heeft Louis Talpe zijn dansschoenen niet meer zo vaak uit de doos gehaald, hij concentreert zich weer volop op acteren. De voorbije weken was hij druk in de weer met de opnames voor ‘Mega Mindy’, maar toch had hij ook even tijd om te ontspannen tijdens een deugddoende vakantie. Een gesprek over vrijgezel zijn, verboden auto-activiteiten en het gevecht om versgewassen sokken.
Het volledige interview lees je in Primo TVgids nr. 35. Hier alvast een teaser …
(…)
Trek je nog geregeld je dansschoenen aan?
Enkel tussen de scènes door, wanneer er een goed liedje is én Free Souffriau in de buurt is. (lachje) Vroeger zou ik nooit spontaan beginnen dansen zijn wanneer ik een liedje hoorde. Maar als ik nu een salsa of een jive hoor en ook Free heeft even niets om handen, dan placeren we een dansje. Danstechniek verleer je na verloop van tijd, maar dat is zoals bij het voetbal: iedereen die kan sjotten, kan sjotten. Of een vrije trap over de afzetting gaat of ín het kader, dat is dan weer iets anders.
Ben jij het type dat de dansvloer opent?
Nee. Ik ga ook niet zo veel naar feestjes waar er gedanst word. Je vindt mij eerder in een café of een bar. Clubs bezoek ik ook wel, maar dan beweeg ik gewoon een beetje mee met de muziek. In het midden van de dansvloer zul je mij niet zo vaak vinden. Alleen dansen is nog iets anders dan als koppel. En op de plaatsen waar ik meestal uitga, heb ik nog maar weinig salsa of rock-’n-roll gehoord.
Je bent razend populair, zowel bij kinderen als bij hun moeders. Is het niet moeilijk om niet te gaan zweven?
Ik heb vrienden genoeg die me met beide voeten op de grond houden — en zelfs dieper. Ik zou mezelf ook belachelijk vinden moest ik plots beginnen zweven omdat ik een dansprogramma heb gewonnen, te zien was in ‘Goesting’ of af en toe eens in de gazet sta. De plaatsen die ik geregeld bezoek, zijn nog altijd dezelfde plekken als waar ik kwam voor er sprake was dat ik nog maar een beetje bekend zou kúnnen worden. Het is niet zo dat ik sinds ik bekend ben, plots naar plaatsen ga waar ik op handen gedragen word.
(…)




















