Ex-judokampioene Gella Vandecaveye trok 51 weken lang door Azië en bundelde dat avontuur in het boek ‘Gella Goes Global’. “Een citytripje van 51 weken,” noemt ze het, “maar het verliep niet altijd even rooskleurig…”
Het volledige interview lees je in Primo nr. 29. Hier vind je alvast een teaser…
(…)
Je ging op de koffie bij de Dalai Lama. Hoe was dat?
“Die persoonlijke audiëntie was intens en ontroerend. Die man heeft ook een ongelooflijk gevoel voor humor. We hebben veel gelachen. Oorspronkelijk was ons een audiëntie van tien minuutjes beloofd, maar we hebben zeker meer dan twintig minuten met hem gepraat. En zoals het een beleefde gast betaamt, had ik een cadeau voor hem meegebracht: twee judogordels. Een zwarte en een rood/witte zesde-dan-gordel, met zijn naam in gouden letters erop geborduurd. Ik had die speciaal laten maken in Japan. Hij was er erg blij mee. Hij trok meteen zijn jas uit en deed een gordel om zijn middel. Het was zeker het hoogtepunt van de reis.
Wat was het meest confronterende tijdens je reis?
“De armoede. Mumbai is bijvoorbeeld een stad van frappante contrasten. Decadente rijkdom bestaat er zij aan zij met doffe ellende. Volledige gezinnen leven op straat, zonder identiteit – officieel bestaan ze immers niet. Hopen mensen slapen elke nacht onder een zeil of onder de blote hemel op een ‘bedje’ van kartonnen dozen. We raakten maar niet gewend aan dat beeld. Nog steeds niet. Als ik eraan denk, voelt het telkens als een ontnuchterende kaakslag. Soms liet ik me leiden door de emotie van het moment en kocht ik voedsel voor hen of gaf ik een aalmoes aan de kinderen – die ze vermoedelijk moesten afstaan aan een corrupte bendeleider, maar goed: ik deed het toch – goed wetende dat dit een druppel op een hete plaat was. Onrechtvaardig, wraakroepend en hartverscheurend.”
(…)




















