Daan Hugaert kijkt uit naar kleinkinderen: 'Als die er komen, zal ik wellicht minder gaan acteren'

In de Kijker
Daan Hugaert kijkt uit naar kleinkinderen: 'Als die er komen, zal ik wellicht minder gaan acteren'

Daan Hugaert (69) staat al 47 jaar zijn mannetje in de acteerwereld en vertolkt al 16 jaar de rol van Eddy Van Notegem in ‘Thuis’. ‘Ik word dit jaar 70, maar ik denk nog lang niet aan stoppen’, zegt de Gentenaar. ‘Jo De Meyere, Jef Demedts en Chris Lomme zijn allemaal de tachtig gepasseerd en acteren nog altijd. En Alice Toen! Zij wordt dit jaar 95! Dus waarom zou ik er dan niet nog minstens tien jaar bij doen?’

Als ik Daan Hugaert bel om te vragen of we elkaar nog eens zouden kunnen zien voor een interview, vraagt hij over wat we gaan hebben. ‘Over ‘Thuis’,’ zeg ik. ‘En theater. En over 70 worden.’ ‘Allez, ’t is goed’, antwoordt hij. Een paar dagen later ontmoetten we elkaar op een zonnig terras in Gent, vlak om de hoek waar Daan woont. Hij bestelt een koffietje en steekt van wal. ‘Vanavond speel ik in Nevele met ‘Doek!’,’ zegt hij. ‘De komende dagen sta ik samen met Carry Goossens in het Fakkeltheater met ‘Bossemans en Coppenolle’ en volgende week heb ik ook nog enkele voorstellingen van mijn monoloog ‘Gouden Tanden’. Ja, het is best druk. En al die verschillende producties, dat is telkens weer de knop omdraaien, maar dat gaat. Op den duur ben je daarin getraind hé. Ik heb van het Fakkeltheater net nog een nieuwe aanbieding gekregen en ik ga daarop ingaan.’

Blij dat het zo goed gaat in het theater, in de musicalwereld klaagt men daarentegen steen en been. 

DAAN HUGAERT: Tja, misschien loopt Studio 100, de grote slokop, met alles weg? Ik weet het niet. En misschien is er wel een overaanbod aan musicals. Ik kan me inbeelden dat al die producties niet echt leefbaar zijn, ondanks de grote namen die vaak op de affiches staan. De vedetten krijgen trouwens heel veel geld, dat weet ik, maar de mensen van het koor moeten krasselen. Het is allemaal toch wat ongelijk verdeeld. Bij ons, in het theater, is dat toch anders. We werken ook niet met zoveel volk natuurlijk.

 

Hoe lang beoefen je dit vak ondertussen al?

Dat zal 47 jaar zijn. (denkt even na) In 1972 stond ik in mijn eerste professionele productie. Dat kan al tellen hé. Ik had me toen nooit kunnen inbeelden dat ik voor zo’n lange weg was vertrokken. We zijn op het conservatorium maar met acht afgestudeerd: vier mannen en vier vrouwen. Ik ben de enige die nog speelt. (haalt de schouders op) Tja, dat kan je niet voorzien hé. Maar dat het een risicovol beroep was, en nog altijd is, dat besefte ik wel. Je moet chance hebben dat je het zo lang uithoudt.

 

De rest van het openhartige interview, lees je in Primo 1919. Lees je Primo liever op je tablet? Dan kan je het nieuwe nummer hier downloaden.